12
SEP
2018

Tekstschrijven is geen topsport

Gisteren was ik de hele dag op Papendal. Met tekstschrijvers onder elkaar tijdens wat nog het meest leek op een trainingskamp. Want het tweejaarlijkse congres van beroepsvereniging Tekstnet had topsport als thema. Is schrijven eigenlijk wel topsport, vroeg ik me af.

Tapijtleggen en verzekeren
Voorop: het was een leuke en leerzame dag. En het thema klonk overal mooi in door: Frénk van der Linden ondervroeg als sportverslaggever een forum, er was aandacht voor lichaam en geest en de organisatie liep met oranje aanvoerdersbanden om de bovenarm. Allemaal in het sportmekka van Nederland. In ons achterhoofd weten we natuurlijk allemaal dat op die plek vandaag tapijthandelaren samenkomen onder de vlag ‘Tapijtleggen is topsport’. En morgen assuradeuren uit het hele land, die zeggen dat verzekeren topsport is. Op het podium aangemoedigd door een voormalig kampioen die elke week hetzelfde praatje houdt met platgetreden parallellen over dat je talent moet hebben, dat je moet trainen en dat je de lat hoog moet leggen.

Een verlaten bouwkavel
Tekstschrijvers zijn natuurlijk helemaal geen topsporters. Topsporters vragen het onmogelijke van hun lichaam en beperken hun geest. Tekstschrijvers vragen juist het onmogelijke van hun geest. En blijven meestal te lang op hun bureaustoel zitten. Wat tekstschrijven wel is? Onze onvolprezen voorzitter noemde het figuurzagen. Ik moest denken aan Mulisch, die ooit zei dat schrijven stratenmaken is: op je knieën liggen en achteruit kruipen. Zo voelt het inderdaad meer dan honderd meter heel hard rennen, ver met een kogel gooien of zo hoog mogelijk springen. Ik snap ook wel dat mensen stratenmaken gewoon niet zo sexy vinden. Er zijn geen wedstrijden in en het wordt zelden live uitgezonden. Met een grote groep tekstschrijvers congresseren op een verlaten bouwkavel levert natuurlijk ook allerlei praktische problemen op.

Met het bord op schoot
Dat het dwepen met topsport zelfs tot de orde van tekstschrijvers is doorgedrongen, is niet goed. Sport is gezond, maar topsport is dat per definitie niet. En tekstschrijvers willen toch ook graag een gezonde beroepsgroep zijn? Ons beroep is bijzonder genoeg: mensen raken met slimme combinaties van maar 26 letters en een handvol leestekens. Dat is een vak apart. We hoeven ons niet op te trekken aan topsport om daar trots op te zijn. Sterker nog: laat topsporters een voorbeeld aan óns nemen, dacht ik toen ik gisteren al die fijne collega’s sprak op die fantastisch georganiseerde dag.

Laten we dromen van de zondag waarop heel Nederland met het bord op schoot kijkt naar live schrijvende vaklui en van stadions vol juichende klanten. Dat is onze tak van sport namelijk waard, al zeg ik het zelf.