05
FEB
2017

Waarom ik George Clooney excuses moet maken

comment : Off

What else? Nou dit dus!, twitterde ik niet lang geleden trots, samen met een plaatje van de glimmende Vibiemme Domobar op mijn aanrecht. Die tweet was een sneer naar George Clooney, voorzitter van de cupjesclub waar ik jarenlang lid van was. Ik ging vanaf nu namelijk échte koffie drinken.

Mijn nieuwe ambacht
Bij die stap vooruit had ik niet op een stuiver gekeken. Naast het Italiaanse espresso-apparaat stond een maler van Ascaso, tot de nok gevuld met de beste bonen uit Brazilië. Ik had een zware tamper met een bakelieten handvat gekocht en zelfs een tamping station om mijn betonnen blad niet te beschadigen bij de noeste uitvoering van mijn nieuwe ambacht. Geduldig wachtte ik drie kwartier tot de ingewanden van de machine waren opgewarmd. Net als mijn lievelingskopjes, die ik verwachtingsvol bovenop het apparaat had gerangschikt. De groeten, Clooney!

Onheilspellend gereutel
Met hels geratel spuugde de maler zijn eerste dosis koffie uit in de blinkende filterhouder. Ik tikte het bergje recht en drukte het met een soepele draaibeweging aan. Ik geloof dat ik er zelfs een Italiaans liedje bij ging neuriën. Ik schroefde de filterhouder in de machine en haalde de schakelaar om. Niets. Tenminste: geen koffie. De meter vloog naar 15 bar en er klonk onheilspellend gereutel. Te fijne maling misschien. Of te veel koffie. Bij de volgende poging stroomde een lauwe, waterige straal wel heel snel mijn favoriete kopje in. Zo was ik uren bezig. Het ene kopje te bitter, het andere zonder smaak. Totdat het me lukte een perfecte espresso uit mijn Vibiemme te persen.

Koffiestroop of afwaswater
Tijd om de filterhouder met twee uitlopen te proberen. Er komt tenslotte wel eens iemand op de koffie. Alles wat ik met veel moeite had ontdekt voor één ideaal kopje, gold niet voor twee. Het was weer dikke koffiestroop of afwaswater. Inmiddels had ik zo’n dertig espressootjes gedronken en was ik zo akelig alert en scherp dat ik vliegen in hun vlucht doormidden zou kunnen knippen. Om te ontspannen liet ik mezelf op de bank vallen en zette de tv aan. Net op tijd om in een reclameblok die opgepoetste boeventronie van Clooney te zien. Triomfantelijk met een glaasje Nespresso in zijn hand. What else?

Een echte barista
Dit gedoe vroeg om betere maatregelen. Om een hulplijn. Ik belde en mailde met een echte barista en vroeg hem uiteindelijk om een middag bij mij over de vloer te komen. Samen moesten we die glimmende monsters de baas kunnen. Hij kwam met weegschaaltjes, nauwkeurig tot de honderdste gram, eigen bonen en een set filters. Ik keek toe hoe hij vaardig speelde met maalgraden, hoeveelheden, doorlooptijden, druk en soorten filters. Ik nam meteen van hem aan dat ik niet meer tegen het filter moest tikken en proefde zijn brouwsels. Maar net als ik kwam hij er niet uit. Zelfs als we een mooi kopje uit het apparaat kregen en daarna exact dezelfde manier aanhielden, ging het mis.

Twee vieze theedoeken
In de weken daarna bleef ik het proberen. Wel steeds minder vaak. Als snel stond naast het nostalgisch roestvrij staal uit Italië weer mijn oude Nespresso-apparaat. Natuurlijk, koffie daaruit verdiende geen tien, maar het hoestte tenminste constant een kleine zeven op. En dat na een minuutje opwarmen in plaats van drie kwartier. Zonder een aanrecht vol koffie, twee vieze theedoeken en bittere teleurstelling. Ik zou natuurlijk nog voor een modern, volautomatisch apparaat kunnen kiezen, maar dan is het net alsof er een kantoorprinter in mijn keuken staat. Met een kopje van een cupje in de hand dacht ik vandaag na wat ik nou eigenlijk belangrijk vond.

Een overwinning op mezelf
Dat nadenken had zin. Ik heb een besluit genomen: de Vibiemme en de rest van het spul doe ik van de hand en ik word weer lid van de cupjesclub. Voor koffie die een tien verdient, zoek ik wel een koffiebarretje op. Die schieten toch overal uit de grond. Ik moet George Clooney in gedachten maar excuses maken en thuis gewoon tevreden zijn met cupjeskoffie. Het voelde als een verlies, maar tegelijkertijd als een overwinning. Op mezelf. Het hoeft niet allemaal altijd een tien te zijn. Zeker niet als dat betekent dat je steeds biddend en met samengeknepen billen de nukken van een machine moet afwachten.

Inmiddels heb ik vrede met Nespresso uit mijn bruin-met-witte lievelingskopjes. Alleen lijk ik soms in het geluid dat mijn oude apparaat maakt bij het zetten iets geks te horen: het diepe gegrinnik van George om mijn hoogmoed. Ach ja. What else?